Onderwijsconcepten

Door het kind centraal te stellen en uit te gaan van de manier waarop kinderen denken en voelen is het hedendaagse onderwijs vaak anders ingericht. Het sluit aan bij de belangstellingswereld van het kind en haalt de maatschappij als het ware in de school. De inrichting van het onderwijs oftewel het onderwijsconcept, maakt duidelijk hoe de school het onderwijs dat aan die school gegeven wordt, vorm en inhoud geeft. 

De volgende onderwijsconcepten worden bij PCBO scholen gehanteerd.

Jenaplan onderwijs  
De basisprincipes ‘gesprek’, ‘spelen’, ‘werken’ en ‘vieren’ vormen het hart van het Jenaplanonderwijs. Kenmerken  zijn: Respect voor onderlinge verschillen, werken met stamgroepen, zelfstandige en initiatiefrijke leerlingen, wereldoriëntatie, aandacht voor de totale ontwikkeling van het kind, gebruik van ritmisch weekplannen en een actieve rol voor ouders.

Montessori onderwijs 
Montessorionderwijs is een zorgvuldig opgebouwde onderwijsmethode, waarbij een kind zich zo veel mogelijk in zijn eigen tempo, gebruik makend van eigen kunnen kan ontwikkelen. Dit gebeurt onder de leiding van een ervaren montessorileerkracht  en met behulp van speciaal ontworpen montessorimaterialen. Andere kenmerken zijn: verticale kindgroepen, keuzevrijheid, tempovrijheid, niveauvrijheid, bewegingsvrijheid, geen cijfers, maar ontwikkeling en reflectie over het eigen handelen.

Dalton onderwijs
Het Dalton onderwijs gaat uit van drie pedagogische ankerpunten: Vrijheid in gebondenheid, Zelfstandigheid en Samenwerking. Kenmerken van Dalton onderwijs zijn: Zelfstandig werken, leren en reflecteren. Uitgaan van het vermogen van de mens tot leren. Samenwerkend  leren. Kinderen  houden leeractiviteiten en resultaten zelf bij. Vrijheid van handelen binnen grenzen. Taakgericht werken.

TOM-school 
TOM staat voor Teamonderwijs Op Maat. Betekenisvol en actief leren zijn de uitgangspunt van TOM, net als inzet van talent. Drie pijlers taan centraal. 1. De inzet van miniteams van leerkrachten, onderwijsassistenten en stagiaires, rekening houdend met ieders talent en specialisme. 2. Onderwijs zoveel mogelijk op maat, recht doen aan verschillen, rekening houden met meervoudige intelligentie. 3. Een krachtige leeromgeving neer zetten, het anders organiseren van lesgeven waardoor het onderwijs is afgestemd op de leerbehoeften van de kinderen..

Ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO)
Het ontwikkelingsgericht onderwijs gaat er vanuit dat kinderen door deelname aan betekenisvolle, gezamenlijke activiteiten, zichzelf steeds verder kunnen ontwikkelen. De leerkracht is daarbij altijd op zoek naar het volgende stapje in de ontwikkeling van kinderen.  Kinderen  maken  zich kennis en vaardigheden gemakkelijker eigen doordat zij ervaren, dat wat zij leren zinvol is. Ontwikkelingsgericht onderwijs neemt de ontwikkeling van kinderen als startpunt.

Programmagericht onderwijs (PGO)
Programmagericht onderwijs is vertrouwd, veilig en voorspelbaar. Deze drie woorden vormen de kern. Kinderen in het PGO leren het best als ze de leerstof stapsgewijs aangeboden krijgen. Er wordt daarom gebruik gemaakt van methodes voor de vakgebieden, zo weet het kind waar het aan toe is. De leerkracht legt verbanden tussen de vakgebieden en geeft betekenis aan de inhoud.  

Ervaringsgericht onderwijs (EGO)
Ervaringsgericht onderwijs gaat uit van wat er in het kind omgaat. Dit onderwijsconcept is gericht op wat kinderen raakt en motiveert en waar kinderen zelf mee komen. Het idee daarachter is dat een kind gemakkelijker leert als het een grote betrokkenheid bij het onderwerp voelt.

balk_roze.jpg